Externe onderwaterflitsers gebruiken

Over belicht door externe flitsNa aanschaf van een externe slaafflitser die geen pre-flash van genereren blijkt al snel een nadeel: volledig automatisch fotograferen is er niet meer bij. De hoeveelheid licht die de flitser produceert zorgt er in de meeste gevallen namelijk voor dat de foto’s overbelicht raken omdat de camera er geen rekening mee houdt.

Handmatige correctie op de camera en het reduceren van de kracht van de flitser is dan het enige wat rest.

Een aantal tips om de resultaten te verbeteren:

Externe onderwaterflitser

Ikelite DS161 MovieIn het geval van macro, close-ups en lichte onderwerpen (zand, zilveren vissen etc.) is de maximale sterkte van de meeste flitsers vele malen meer dan nodig. Deze op de laagste stand zetten is dan ook de beste oplossing. Door het plaatsen van een diffuserkapje wordt de kracht nog verder vermindert.

Interne flitser

De kracht van externe flitser maakt de flitser van de camera overbodig. De interne flitser zorgt eigenlijk alleen nog maar voor verdere overbelichting en veroorzaakt ook nog steeds het sneeuwvlokkeneffect. Deze kan dus prima worden afgeschermd met een diffuser of door een kapje. Voor correcte werking moet de externe flitser natuurlijk het licht van de interne nog kunnen opvangen. De synckabels van Sea&Sea zijn hiervoor een oplossing met klittenband die op de behuizing wordt bevestigd.

Als de interne flitser is afgedekt kan ook de kracht van deze worden onderdrukt, wat weer batterijen en herlaad tijd scheelt. Diverse camera’s hebben hiervoor een speciale functie.

Bracketing

BracketingDe meeste camera’s hebben een “bracketing mode”. Hierbij zal de camera de belichting van een serie foto’s stapsgewijs van onderbelicht tot overbelicht aanpassen. Dit is een prima middel om zonder te veel poespas de resultaten van de camera met flitser onder verschillende belichtingswaarden te testen en zo de beste combinatie te achterhalen.

Belichtingscorrectie

Naast de automatische bracketing mode kan de belichting ook geregeld worden via de belichtingscorrectie (“Exposure Value (EV) Compensation”). Meestal kan hiermee in stapjes gekozen worden voor een waarde tussen de -2.0 EV tot +2.0 EV. Hierbij staat -1 EV voor het onderbelichten met 1 stap, oftwel half de hoeveelheid licht.

Belichting correctie

Met deze optie ben je dus zelf in staat de camera voor te bereiden op het extra licht van de externe flitser, zonder dat je je in de materie van diafragma en sluitertijd hoeft te verdiepen.

ISO waarde

Door de donkere omstandigheden onder water zal de camera zelf vaak voor een hogere ISO waarde (200, 400 of meer) kiezen. Door de ISO waarde vast te zetten op bijvoorbeeld 100 wordt de lichtgevoeligheid beperkt, wat helpt om overbelichting te voorkomen.

De resultaten zijn hierbij wel afhankelijk van de overige specificaties van de camera: bij een lichtgevoelig type zal de camera het effect van de kleinere ISO waarde teniet doen door bijvoorbeeld het diafragma verder te openen, zodat de effectieve belichting ongewijzigd blijft.

Sluitertijd en diafragma

De duur van een flits is zeer kort: over het algemeen veel korter dan 1/250ste seconde. De sluitertijd van de camera varieert meestal tussen de 1/30ste tot 1/250ste seconde. Door de langere sluitertijd komt het licht van de flits dus altijd voor de volle tijd op de foto waardoor de variatie met de sluitertijd geen effect heeft.

Met het diafragma (“aperture”) wordt de grootte van de lensopening bepaald. Deze wordt aangeduid met de letter “F” gevolgd door een getal, bijvoorbeeld F2.8, F5.6, F11. Een laag getal staat voor een grote lensopening, een hoog getal voor een kleinere. Een diafragma met waarde van F2.8 laat bijvoorbeeld twee keer zoveel licht door als een diafragma van F5.6. Omdat de grootte van de lensopening niet wijzigt tijdens het nemen van de foto, is deze wel bepalend voor de hoeveelheid licht van de flitser die wordt doorgelaten.

Aperture Priority ModeDe Aperture Priority Mode, aangeduid met de “A” of “Av”, stelt de gebruiker in staat om zelf het diafragma te bepalen, waarbij de overige instellingen automatisch worden bepaalt. Bij camera’s met deze functie kan de gebruiker dus zelf een zo klein mogelijke lensopening kiezen (indien mogelijk F8 of hoger) om zo overbelichting door de flitser te voorkomen.

Experimenteren

Correct belicht met externe flitsUiteindelijk zal het met een externe flitser toch op veel experimenteren uitdraaien. Factoren als refelectie, omgevingslicht, stof en kleuren verschillen van foto tot foto en vereisen daarmee telkens andere instellingen. De hierboven genoemde opties zullen ook de beginnende fotograaf tot betere resultaten helpen. Al blijft de effectiviteit van de externe flitser grotendeels afhankelijk van de mogelijkheden van de camera.