RAW in plaats van JPEG

De meeste digitale spiegelreflexcamera’s en ook enkele compactcamera’s hebben de mogelijkheid om bestanden RAW (“ruw en onbewerkt”) op te slaan in plaats van de gebruikelijke JPEG.

Wat biedt deze optie voor de digitale onderwaterfotograaf? Hieronder een verslag.

Principe van RAW

RawfileBij RAW bestanden wordt de ruwe data van de CCD/CMOS sensor opgeslagen los van de nodig geachte bewerkingen. Bij het bewerken van bijvoorbeeld de witbalans van een RAW foto blijft deze ruwe data ongemoeid en worden enkel de nieuwe witbalans instellingen erbij opgeslagen. Bij het bekijken van het RAW bestand of bij het opslaan in een ander formaat wordt de ruwe data en bewerkings instellingen pas verwerkt tot één geheel. Iets wat meteen gebeurd in de camera bij een JPEG formaat.

In feite kan RAW dus beschouwen als digitale variant van negatieven waarop altijd terug te vallen is.

Vergeleken met JPEG is er bij RAW ook een verschil in het aantal bits per kleurkanaal. Bij JPEG zijn dit 8 bits, waarmee 256 (=2^8) variaties in een kleurkanaal (rood, groen of blauw) per pixel kunnen worden opgeslagen.

Bij RAW zijn 14 bits gebruikelijk, resulterend in 16384 (=2^14) variaties per kleur. Hoewel dit voor het menselijk oog niet direct zichtbaar is, blijkt dit bij zeer voordelig bij het bewerken van foto’s. Zo kunnen bijvoorbeeld bij het lichter maken van schaduwpartijen in RAW bestanden details weer zichtbaar worden die bij een JPG verloren zouden zijn gegaan.

RAW bewerkenVeel apparatuur (printers, beeldschermen, dvd-spelers e.d.) en programmatuur (webbrowsers, photoviewers etc.) zijn alleen geschikt voor bestanden in 8-bits RGB kleuren. Conversie van RAW naar het gebruikelijke JPEG is dus noodzakelijk voor de foto’s kunnen worden gebruikt.

De software hiervoor wordt meestal met de camera meegeleverd, maar ook programma’s als Photoshop CS, GIMP en PaintShop Pro kunnen ondertussen met RAW formaten overweg.

RAW voor onderwaterfoto’s

white balanceZoals bekend zorgen de aparte licht- en kleuromstandigheden onderwater voor extra hindernissen voor de fotograaf. Verkeerde interpretatie van de kleur- en witbalans is dan ook een veelvoorkomend probleem, zie ook kleurcorrectie onderwater.

Foto’s nemen in RAW blijkt voor deze gevallen het ideale hulpmiddel te zijn: achteraf kan de juiste balans zonder kwaliteitsverlies worden ingesteld, waardoor de kleuren er weer natuurlijk uit komen te zien. De 14 bits blijken hierbij zeer nuttig: ook kleine hoeveelheden kleur zijn nog in het bestand aanwezig en via kleurcorrectie en witbalans worden kunnen deze worden “opgekrikt”.

posterizationOok zullen over/onderbelichte foto’s door verkeerde afstelling van de flitser minder snel details verliezen en dus nog corrigeerbaar zijn, en vermindert de kans op posterisatie bij bijvoorbeeld grote blauwe waterpartijen (links getoond).

Nadelen

De ruwe data opslag van het RAW formaat brengt wel een aantal nadelen met zich mee. Door de extra bits van RAW bestanden loopt de bestandsgrootte snel in de megabytes. Zo zijn de RAW bestanden van de Canon EOS 650D rond de 23,5 MB en die van de Nikon D800 rond de 74,4 MB niet gecomprimeerd.

Deze grootte zorgt ervoor dat de benodigde tijd om een foto op weg te schrijven flink kan oplopen. Uiteraard kun je dit op lossen door een kaatje te pakken met een hogere schrijfsnelheid bijvoorbeeld een klasse 10 of 16 te nemen. Hiernaast is natuurlijk ook een grote geheugenkaart vereist, een kaart van 1GB of 2GB is niet groot genoeg om een grote reeks fotosessie op kwijt te kunnen.

Een ander nadeel is dat er (nog) geen standaard is voor het RAW formaat. De meeste fabrikanten gebruiken een eigen variant en bestandsextensie. Zo gebruikt Nikon NEF, Canon CRW, Minolta MRW en Sony SRF. Dit maakt dat deze bestanden niet zomaar uit te wisselen zijn.

Samen met de beperkte ondersteuning van het RAW formaat van apparaten en software maakt dat conversie naar een meer algemeen formaat (zoals JPEG) noodzakelijk is. Er gaat dan ook veel tijd zitten in het hele proces om tot een bruikbare foto te komen.